Ouderpartnerschap

De basis van ouderpartnerschap is ontmoeting.
Ouders en school hebben een gemeenschappelijk belang, namelijk de optimale ontwikkeling van hun kinderen. Door samen te werken kan er meer bereikt worden, dan wanneer ieder dit voor zich gaat doen. Dit is geen nieuw inzicht, dit zag ook Peter Petersen - grondlegger van het jenaplanonderwijs-  jaren geleden al. In zijn boek "Kleine Jenaplan" verwoordt hij in 1927: Alleen wanneer de scholen zich verzekeren van echte saamhorigheid met de ouders van de leerlingen (…) kunnen de scholen het karakter van de onderwijsinstelling meer en meer verliezen en tot oorden van opvoeding worden, waar het onderwijskundige zich natuurlijker en dus ook effectiever invoegt. Op dit gebied ontmoeten de beide groepen opvoeders elkaar in openheid en vrijheid (..).

Hoewel er in de loop der jaren veel is veranderd, blijft ook in de hedendaagse complexe maatschappij de relatie tussen ouders en de school van groot belang.

Uit onderzoek blijkt dat ouders met hun verwachtingen en belangstelling naar wat hun kind meemaakt op school de ontwikkeling positief kunnen beïnvloeden. Ook kan partnerschap verder bijdragen aan een veilig klimaat binnen de school. Daarnaast is gebleken dat ouderpartnerschap de leerkracht kan ondersteunen bij de uitvoering van zijn of haar werk. Omgekeerd is het zeer goed voor het welzijn van een leerling wanneer er grote betrokkenheid van de school is bij de thuissituatie. Tot slot is gebleken dat zowel school als ook ouders een belangrijke rol spelen bij de overgangen die kinderen meemaken in hun leven. Kinderen maken in hun leven nogal wat overgangen mee, van peuterschool, naar basisschool, van basisschool naar middelbare school en iets kleiner en van toepassing op de Lanteerne: van bouw naar bouw. Ouders zijn hierbij de stabiele factor en  dienen als brug en eventuele verschillen duiden. 

De Lanteerne wil zich weer meer gaan positioneren als een leef- en leergemeenschap voor kinderen, professionals èn ouders.
Ouderpartnerschap is hierbij geen doel op zich. Het is een middel om dat veilig te stellen en te dienen wat wij samen belangrijk vinden: de ontwikkeling en het leren van onze kinderen.

Partnerschap is gericht op de volgende drie doelen:

  1. Pedagogisch doel => Kort gezegd de optimale omstandigheden scheppen voor de ontwikkeling en het leren. Dit is gericht op het vinden van enige afstemming in het opvoedend denken en handelen.
  2. Organisatorisch doel => Dit doel is gericht op het optimaliseren van het reilen en zeilen van de school. Hierbij denkt men snel aan hand- en spandiensten. Maar ook de expertise en het meedenken bij bijvoorbeeld de inrichting van het Leerplein kan hieraan gekoppeld worden.
  3. Democratisch doel =>Het informeel en formeel meedenken en meebeslissen van ouders met de school en het afleggen van verantwoording door de school over haar werk aan ouders. De dialoog is een voorbeeld van informeel meedenken, formeel meedenken en beslissen gebeurt door de medezeggenschapsraad (MR) en het bestuur van de oudervereniging (BOV).

De kracht van ouderpartnerschap zit in de wederkerigheid,  anders dan bij ouderparticipatie of ouderbetrokkenheid. Bij partnerschap gaat het juist over de wederkerige situatie: een wederzijdse betrokkenheid, een wederzijdse investering. Ouders en leerkrachten zijn hierin niet op alle fronten gelijken van elkaar, maar wel gelijkwaardig.

 "Ouders en school zijn gelijkwaardig. Je hebt beide een identiteit, deskundigheid en opvattingen. Daarin respecteer je elkaar en neem je elkaar serieus. Door partner van elkaar te zijn bouw je aan een schoolgemeenschap rond het kind, met het oog op de ontwikkeling en de opvoeding van het kind."

Lucille Barbosa, voorzitter van de Nederlandse Katholieke vereniging van Ouders